New-Label | Blog
1815
paged,page-template,page-template-blog-masonry,page-template-blog-masonry-php,page,page-id-1815,page-parent,paged-4,page-paged-4,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-2.6,wpb-js-composer js-comp-ver-4.9.2,vc_responsive

Even geen workaholic zijn? 10 tips om de workaholic in jou los te laten.

Ben jij een workaholic? Iemand die hard werkt, betrokken is op het werk, werk mee naar huis neemt en altijd klaar staat voor het werk.
Waaruit blijkt dat? Overwerken, het werk moeilijk los kunnen laten, in je vrije tijd jouw werk email nog checken, etc.
Je kunt hier ook een test doen: http://www.antisleurboek.nl/de-workaholic-test/.

Wat komt er uit jouw test? Oranje of rood? Ai, tijd om nu in te grijpen! Maar hoe?

Hieronder 10 tips om de workaholic in jou los te laten:

1. Stop met het checken van jouw werk e-mail na je werk.
Ja, stop ermee! Er gebeuren echt geen rampen als je jouw email niet checkt. Iedereen weet toch dat je dan niet werkt/vrij bent/vakantie hebt? Morgen weer een dag, of maandag. E-mail is bedoeld om informatie over te brengen, zonder direct de ander te bereiken. Ik bedoel, als ze je echt nodig hebben, dan bellen ze wel. Spreek met je collega’s en werkgever af, dat je van elkaar niet verwacht te reageren op email buiten werktijd. Om klanten te informeren kun je ook een out-of-office bericht aan te zetten. Zet hier wel in wie ze wel kunnen bereiken en hoe ze dat het beste kunnen doen. Misschien helpt het om je smartphone ook uit te zetten. Een pushbericht maakt iedereen nieuwsgierig, maar zodra je kijkt, zit je al snel weer in workmodus.
He, heerlijk, even helemaal niks.

2. Doe alleen jouw eigen taken
Passie en bevlieging is heel belangrijk op je werk, het maakt je werk leuker en makkelijker. Maar het kan ook doorslaan. Het wordt dan bemoeien met alles en overbetrokken zijn. Heel irritant.
Je hebt minder tijd om jouw eigen taken te doen en die moet je dan afraffelen. Doe nu eerst eens jouw eigen taken eerst en voel je daar verantwoordelijk voor. Laat de verantwoordelijkheden van een ander, ook echt bij die ander.
Meedenken mag altijd, maar het overnemen en uitvoeren van andermans taken is echt niet wat je leidinggevende van je verwacht. Blink uit in het super uitvoeren van jouw eigen taken én laat je betrokkenheid zien door ideeën te opperen, vragen te snellen en mee te denken.

3. Doe iets anders na je werk
Geen tv, boek of sport, maar iets totaal anders.
Ik heb de test ook gedaan en ik was geen workaholic, maar neigde er wel naar.
Ik vond de test leuk, kort en duidelijk. En een eye-opener voor mij was dat ik, naast lezen en sporten, geen andere hobby’s meer heb. Sporten is een lichamelijke inspanning, lezen een mentale. Maar even met iets anders bezig zijn, echt ontspannen? Ik denk dat ik weer een creatieve hobby op ga pakken.
Of ga uit eten met je partner. Kleed je mooi aan, zet je telefoon uit en praat met elkaar over van alles en nog wat.

4. Mindfullness
Ja, ook mindfullness helpt bij het verminderen van stress. Misschien zie je jezelf niet als een zweverig persoon, zo zie ik mezelf ook niet. Maar toch kun je hier baat bij hebben.
Denk eens aan: maak een wandeling in stilte, doe ademhalingsoefeningen, probeer eens yoga, zucht eens diep. Nietsdoen kan soms erg goed voor je zijn. Wil je hier meer over lezen, probeer dan het boek “Het nieuwe nietsdoen” van Gerhard Hormann.
Probeer niet gefrustreerd te raken over dingen die je niet kunt veranderen, zoals het weer.

Hierover heb ik laatst een blog geschreven: Grip op je werk – verander wat je kunt veranderen.


5. Kijk eens kritisch naar je werk, het bedrijf en de baan zelf
Is het realistisch wat ze van je vragen? Is dat wat je wil? Ik zeg niet dat je, in deze tijden, je baan moet opzeggen, maar misschien past je baan of het bedrijf waar je werkt niet bij je. Je kunt dan proberen jezelf aan te passen aan je werk, maar dat kost enorm veel energie. Waarom werken aan je zwakke punten, als je moeiteloos kunt uitblinken in je sterke punten? Kies dus werk wat bij je past, bij je levensstijl en bij je sterke punten. Lukt dit niet op je werk, kijk dan of je dit wel in je vrije tijd of als hobby kunt doen. Dit kan je namelijk veel energie geven.

6. Kijk eens kritisch naar jezelf
Waarom werk je zo hard? Geeft het je waardering? Een goed gevoel? Veel geld?
Kun jij je ook op een andere manier jezelf beter voelen? Door minder streng te zijn tegen jezelf.
Of kun je ook met minder geld doen? Er zijn genoeg blog over consuminderen. Wat ik fijn vind aan consuminderen is minder spullen kopen + meer spullen weg doen = meer ruimte en minder spullen onderhouden. Het geeft rust.
Kun je het misschien iets minder perfect doen? Moet het allemaal “super”, “top” en “wow” zijn? Is goed ook goed genoeg? 
Fouten maken mag. En je kunt niet altijd alles perfect doen.

7. Maak een to-do lijst
Elke dag voordat je naar huis gaat, schrijf dan op wat je de volgende dag of volgende week nog moet doen. Plan het liefste de taken al in je agenda (Hoeveel tijd denk je nodig te hebben + extra marge. Wanneer kun je de taak het beste uitvoeren? Wanneer moet het af zijn? Doe het niet op het laatste moment, zorg ook hier voor extra marges).
Dit kan helpen om je werk beter los te laten; je kunt erop vertrouwen dat het goed komt.

8. Praat erover met een collega’s, leidinggevende, vertrouwenspersoon of coach
Het kan soms helpen om er over te praten. Hoe doet een ander dat? Heb je een collega die zijn/haar werk goed kan loslaten, vraag dan hoe hij/zij dat doet. Geef aan bij je leidinggevende dat je minder bezig wilt zijn met werk in je vrije tijd en dat je graag tips wilt. Kun je niet bij je collega of leidinggevende terecht, of ben je bang dat dit consequenties heeft voor je baan, dan kun je wellicht bij een vertrouwenspersoon terecht. Dit kan ook een goede vriend of familielid zijn die niet werkt waar jij werkt. Natuurlijk kun je ook altijd praten met een professional, zoals een coach. Een coach denkt met je mee en is er voor jou.

9. Schrijf het van je af
Je gedachten op papier zetten kan verhelderend werken. Je komt tot inzichten zodra je even de tijd neemt om de boel te overzien, te analyseren en op te schrijven. Je denkt daarna helderder en kunt het beter los laten.

10. Zorg dat je werk overdraagbaar is
Stel je voor dat je langdurig ziek wordt, dit hopen we natuurlijk niet, maar dan moet toch ook echt gezocht worden naar vervanging. Net als jij ooit begon, zal diegene ingewerkt worden en uiteindelijk het werk zelfstandig gaan doen. Misschien anders dan jij, maar het werk zal gebeuren.
Laat de met een gerust hart af en toe de boel de boel. Zorg dat je werk overdraagbaar is (schrijf uit wat je doet en hoe je dat doet) en je werkplek opgeruimd, zodat anderen je werk kunnen overnemen, mocht dit ooit nodig zijn. Het zal dan makkelijker zijn om op vakantie te gaan.

Succes!
Lonneke, New-Label

 

Grip op je werk – verander wat je kunt veranderen

Vandaag zag ik een bericht op nu.nl over een onderzoek onder 2000 mensen met een volledige baan: ‘Meer dan de helft van de ondervraagden zegt dat ze veel last van stress hebben en daardoor moeite hebben om de balans te vinden tussen werk en gezin.’

Heel veel mensen ervaren dus stress, met name op het werk. Dit is niet zo gek, want de informatie die dagelijks op je afkomt is enorm én is enorm toegenomen. Deadlines halen, aan alle eisen voldoen, super collega zijn, op tijd komen. De druk die wordt opgelegd is flink.

Maar ook zelf leggen we ons een heleboel druk op. We willen carrière maken, opleidingen volgen, blijven ontwikkelen, kinderen hebben en er voor ze zijn, sporten, sociaal actief, maatschappelijk verantwoord bezig zijn, op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes. En dit alles perfect doen.

Wat kunnen we zelf doen om minder stress te ervaren?
Soms voelt het wel eens of je geen controle meer over je eigen leven hebt, alsof je geleefd wordt. Tijd om weer grip te krijgen. Maar hoe?

Mijn advies is om eens goed te kijken naar je huidige situatie op 3 niveaus: micro, meso en macro niveau.

Microniveau is het niveau waarin je zelf dingen kunt doen en veranderen, zonder er anderen bij nodig te hebben (jezelf veranderen, opleiding volgen, loslaten, op tijd op je werk komen, keuzes maken etc.). Meso niveau is het niveau waarin je wat kunt doen binnen jouw directe team, gezin, etc. Macro niveau is wat je kunt doen binnen je organisatie of daarbuiten zelfs nog. 

Denk in mogelijkheden. Als jouw leidinggevende van bepaalde problemen of kwesties op de werkvloer nooit heeft gehoord of het zelf niet ziet, mag jij hem/haar daar best op wijzen. 
Een paar tips:
– Kies bij feedback geven altijd voor een een-op-een situatie (indien mogelijk), dus in een persoonlijk gesprek. Neem er de tijd voor.
– Kies je woorden voorzichtig, val diegene niet persoonlijk aan (“Omdat jij persoon A niet corrigeert, gebeurt er dit en dat”). Maar probeer vanuit jezelf te praten (“Ik vind het vervelend dat persoon A dit gedrag vertoont, ik heb er last van. Zijn er meer mensen die er last van hebben? En wat kan ik doen om hiermee om te gaan? Kun jij in deze kwestie iets betekenen?”).
– Peil of de feedback goed is aangekomen en niet verkeerd wordt geïnterpreteerd. (Geen ruis of interpretatie fouten)

Maar kijk dus ook naar jouw aandeel. Wat kun jij anders doen? Beter doen? Beter loslaten? Beter overdragen? Keuzes maken is wat rust en ruimte geeft. Wat ga ik anders doen? Hoe ga ik het anders doen? Moet IK wel iets anders doen?
Dingen veranderen vraagt om discipline, motivatie, moed en vooral volhouden. Toch zijn er dingen die je niet kunt veranderen. Dan is het vooral een kwestie van er mee leren omgaan. Dat is soms al lastig genoeg. Maya Angelou zei: “If you don’t like something, change it. If you can’t change it, change your attitude.”
Kijk naar die dingen waar je wel grip op heb, die je wel kunt en wilt veranderen. Doe dingen die energie geven. Laat los waar je geen grip op het hebt, zoals bijv. het weer.


Het probleem ligt niet altijd bij een ander, maar ook niet altijd binnen jezelf.

Succes!



Theorie: Drama Driehoek – Welke positie neem jij in bij een conflict?

Al gehoord van de drama driehoek? De dramadriehoek is een concept van Steven Karpmann.

Dit model gaat ervan uit dat ieder mens drie egotoestanden in zich heeft: een ouder, een kind en een volwassene.

OUDER-VOLWASSENE-KIND

De Ouder bevat uitspraken van de eigen ouders en/of opvoeders uit de eerste levensjaren.

Deze uitspraken zijn in de loop van de tijd vervormd tot overtuigingen, vooroordelen, waarden en normen.

De Volwassene is altijd in het hier-en-nu en reageert niet vanuit opgeslagen emoties, maar vanuit gelijkwaardigheid en respect.

Daardoor sta je objectiever in een situatie waarbij je zowel naar je eigen functioneren kunt kijken als naar het functioneren van de ander(en).

Het Kind bevat onze primaire reacties op gebeurtenissen: alle emoties en gedragingen die daarbij horen.

Typische voorbeelden zijn: ik heb honger, ik vind dit stom, wat geweldig van je, ik ben zo kwaad op haar.

Als er sprake is van een conflict of een gesprek ‘dat niet lekker loopt’, hanteren de gesprekspartners veelal vaste communicatiepatronen.

Dergelijke patronen zijn te herleiden tot een van de drie posities uit de dramadriehoek: de aanklager, het slachtoffer en de redder.

Deze patronen komen naar boven bij conflicten.

Deze drie rollen hebben een min of meer vaste relatie tot
elkaar. Net als in de klassieke Griekse drama’s vergaat het ook dit
drietal op voorspelbare wijze: het eindig altijd dramatisch.


De aanklager
De aanklager schept er genoegen in anderen te pakken op hun
zwakke plekken om daarmee de schuld bij anderen neer te leggen.
Zo zadelt hij de ander met een schuldgevoel op en reageert hij niet
in het belang van zichzelf of de ander. Een aanklager creëert zo zijn eigen veiligheid: de moeilijkheden zijn aan anderen te wijten en niet aan hem. De aanklager communiceert vanuit zijn Ouder of Kind.
Het slachtoffer
Het slachtoffer is de positie van waaruit iemand zich hulpeloos
gedraagt, uit angst voor het nieuwe, uit angst om risico’s te nemen,
om fouten te maken. Het slachtoffer kan op twee manieren slachtoffer
zijn: op een zielige manier waardoor hij reddersgedrag uitlokt
of op een irritante manier waardoor hij anderen uitlokt om hem aan
te klagen (de aanklager). In beide gevallen communiceert het
slachtoffer vanuit zijn Kind.
De redder
De redder is de positie van waaruit iemand veelal ongevraagd zijn
hulp aanbiedt. Hij maakt anderen door zijn hulp afhankelijk. Hij
denkt, voelt en handelt zonder dit eerst met de betrokkene te overleggen
waardoor hij de verantwoordelijkheid van de ander overneemt.
Hierdoor bevordert de redder de passiviteit van de ander en


Welke van de 3 posities neem jij soms in? 

In het artikel staat ook uitgelegd hoe je er mee om kunt goed of je eigen gedrag hier in kunt aanpassen.

Interesse in het artikel? Mail me (www.New-Label.nl/contact) en ik stuur het naar je toe.

Bron: artikel ‘Hoe blijf je uit de dramadriehoek?’, Auteurs: Brenda Gil-Toresano & Adri van den Brand, uit: JSW JAARGANG 91, APRIL 2007.

Organizers, het zijn net mensen…

Vandaag was ik de laatste paar dozen na de verhuizing aan het uitpakken en vond allerlei spullen terug die we ‘kwijt’ waren.
Als ik dit tegen mensen zeg, die geen organizer zijn en weten dat ik dat wel ben, reageren ze altijd heel verbaasd. “Maar jij bent toch een organizer en dus georganiseerd?”
Ja, ik ben een organizer, maar ook ik ben wel eens te laat, iets vergeten of is thuis de bom ontploft. Ik heb ook wel eens geen zin om de laatste dozen met ‘overige’ uit te pakken.
Alsof ik mijn werk ben.
Als professional organizer kan ik goed keuzes maken, structuren en loslaten. En kan dus ook goed mijn werk loslaten!
Mensen voelen zich snel beschaamd als ik binnen kom en als ze weten dat ik een organizer ben. “Sorry, ik moet dit nog opruimen” of “Jij zal hier wel raad mee weten” of “Jij zal hier wel onrustig van worden”. Soms word ik er ook onrustig van, maar ik zal er niks van zeggen, tot je om hulp vraagt. En dan nog ben ik er niet 24/7 mee bezig.
Een persoon heeft een basishouding en een beroepshouding.
In de basishouding zitten persoonlijke kenmerken die heb je gekregen door ‘nature and nurture’ ofwel door je genen en door je opvoeding. Interesses, hobby’s en algemene kennis vallen hier ook onder.
In de beroepshouding zitten kennis en vaardigheden die je hebt opgedaan tijdens een opleiding, stage of werk ten behoeve van je beroep. Je bent dus niet je beroep.
Ik zag dat niet alleen organizers hier tegenaan liepen, maar ook journalisten hebben last van vooroordelen en alleen gezien worden als journalist. Susan Docters schrijft hier ook over in haar column (helemaal links) in Punt (onafhankelijk magazine van Avans Hogeschool).
Net als journalisten, willen we ook graag onder de mensen komen, werk even loslaten en gewoon over het weer praten. Of over hobby’s, vakanties en andere dingen buiten werken om.
Organizers, het zijn net mensen.

Als anderen ingrijpen…

Ik zag vandaag een uitzending van Hoarding: Buried Alive op TLC.
Een van de mensen, die werd geholpen door een psycholoog en professional organizer, raakte binnen 20 minuten van slag.
Hij voelde het verlies van controle.
Maar wie zou dat niet hebben? Onbekenden komen je huis binnen en gaan met jouw spullen aan de slag of gooien het zelf (vaak zonder overleg) weg. Soms worden hele huizen leeg gehaald.
Ik, als organizer, zou dit nooit doen. Ik kan niet bepalen wat moet blijven en wat wegmoet.
Als je zelf elke keer moet beslissen over de spullen, houdt je gevoel van controle en leer je elke keer beslissingen nemen.
Een huis leeg halen of alles in een keer weghalen, helpt daarom ook niet. Het leerproces ontbreekt en men ervaart een slachtofferrol.
Het is zo belangrijk om zelf te mogen kiezen.
Zo heeft het meestal ook geen nut om alle spullen uit het huis te halen en het ergens anders uit te zoeken. Je vraagt je toch af of niet al dingen zijn weg gegooid. Maar ook heb je geen idee van de limieten van jouw huis. Als de boekenkast vol is, is hij vol en heb je boeken over, moeten er wellicht nog wat boeken weg. Deze natuurlijke limieten zijn enorm belangrijk. Je huis en kamers worden niet ineens groter!

Wil je zelf beginnen met het organiseren van je spullen?
Bepaal dan eerst wat je met de ruimte/spullen wilt. Bedenk dan hoe je dat gaat aanpakken en wat je voor nodig hebt (wie gaat je evt. helpen, moet je jezelf uitroosteren van werkzaamheden, heb je vuilniszakken?). Begin dan met je voor je ziet liggen en maak een beslissing wat je er mee gaat doen. Niet wegleggen en beslissing uitstellen! Ga zo alles af. Categoriseer en zorg voor een vaste plek. Zorg dat het overdraagbaar is. Geef jezelf complimentjes. Je bent goed bezig!
Succes!

Anderen inlaten grijpen heeft weinig nut. Het maakt het soms zelf erger. Kom zelf in actie en houdt grip op jouw spullen, tijd en leven.

De kwaliteit van het onderwijs

Komende donderdag mag ik een presentatie geven aan medewerkers van een onderwijsinstelling.
Daar is een project gestart voor archieforganisatie en werkplekorganisatie.
Ik zat te mijmeren wat ik daar het beste kon gaan zeggen, zodat ik ze kan enthousiastmeren, motiveren en overtuigen van het nut van het project.
Het is niet zo dat de kwaliteit van het onderwijs zo slecht is. Dat kan ik mij niet voorstellen.
Ik zie veel enthousiaste en gepassioneerde docenten om mij heen.
En de studenten, met de langstudeerboete hijgend in hun nek, lijken harder te werken dan ooit te voren.

Maar er borrelt is, wat gaat er nu fout? Gaat er werkelijk iets fout? Ja. Waarom is er geen eenduidigheid in het onderwijs, waarom is de kwaliteit er niet continu? Waarom krijg je bij de een beter les als van een ander.
Ten eerste denk ik dat het grootste probleem in het onderwijs is: de mens. Iedereen leert anders, iedereen doceert anders. Elke dag is anders. We hebben invloeden van buiten af die onze stemming bepaald en daarmee onze kwaliteit van die dag bepaald. Gelukkig zijn we geen robots, maar daardoor zitten er altijd beweging in onze kwaliteit van ons onderwijs. Ik zie ook geen oplossing voor dit probleem.
Wat ik wel zie, is dat als mensen niet goed functioneren, er lang gewacht wordt met ingrijpen.
Daarnaast zie ik ook dat medewerkers in het onderwijs (niet alleen docenten) constant het wiel opnieuw aan het uitzoeken zijn. Bijvoorbeeld: als een docent ziek wordt en dus geen tijd heeft om zijn/haar lessen over te dragen, moet de vervanger zelf dingen bedenken. Dit komt niet tengoede van de kwaliteit. Alles overdraagbaar maken is hierbij het motto. Maar dit vraagt veel van de medewerkers en het management, want het is anders denken, voorruit denken. Het is niet meer werk, maar anders werken.
Een goed werkend documentmanagement systeem is hiervan een onderdeel, net als duidelijke richtlijnen voor een archief (zowel hardcopy als digitaal).
De selectielijst van de HBO raad is een stap in de juiste richting. Op dit lijst staat wat er in het HBO bewaart moet gaan worden.
En laat dat nou een onderdeel zijn van mijn project: het implementeren ervan.
Ik heb er zin, ik hoop de medewerkers ook.
Ik hoop ze te overtuigen met alle voordelen!